Tot 1 januari 2006 waren de ziektekostenverzekeringen (ZKV) voor emigranten naar Frankrijk, allemaal bevredigend geregeld. Je zat of in het Franse ziekenfonds of je was particulier verzekerd. De ziekenfondspremie werd hetzij in Nederland ingehouden en door een Nederlandse instantie aan Frankrijk betaald, hetzij betaalde je deze zelf. Daarnaast sloten de meesten nog een aanvullende verzekering.
Had je een Franse of Nederlandse particuliere verzekering lopen, dan betaalde je daarvoor zelf de premie. De hoogte van al deze premies was draaglijk vanwege het solidariteitsprincipe. Dit houdt in dat alle kosten over alle verzekerden worden omgeslagen. Dat was gunstig voor emigranten omdat die in het algemeen een hoger medisch risico hebben.
Vanaf 2006 is dit allemaal anders en slechter geregeld. Als voorbeeld neem ik een alleenstaande met een maximale AOW-uitkering. Deze bedraagt inclusief vakantiegeld € 11.946,60. Daarvan wordt 6,5% ingehouden, derhalve € 776,53. Hij heeft nog een aanvullend Nederlands pensioen en daarvan wordt - over het surplus boven de AOW tot aan € 30.015 - 4,4% ingehouden. Aldus wordt van dit pensioen 4,4% geheven van € 18.068,40 en dat geeft € 795. Ten slotte wordt op de AOW nog de nominale premie van € 851 ingehouden. Deze alleenstaande betaalt voor zijn ZKV aldus in totaal € 2.422,53. Voor de goede orde meld ik dat er enkele verzachtende maatregelen zijn genomen maar die bieden emigranten nauwelijks soelaas.
Voor dit bedrag krijgt de voorbeeldemigrant echter alleen aanspraak op de verstrekkingen van het Franse ziekenfonds terwijl het Nederlandse basispakket aanzienlijk meer omvat. Nederland betaalt de kosten van dit ziekenfonds en verdient daaraan. Het probleem zit hem er nu in dat Nederland aan emigranten wel (ongeveer) het Nederlandse systeem van premieheffing heeft opgelegd – waarbij zij in feite als Nederlandse ingezetenen worden beschouwd - zonder daartegenover nog een kosteloze aanvullende verzekering tot aan het basispakket te stellen. Bij een volledige premieheffing behoren immers de verstrekkingen die hier als wettelijk minimum gelden. Voor een aanvulling tot aan het basispakket (en eventueel meer) verwijst de minister naar de marktpartijen, de verzekeraars, die met producten moeten komen waarop de emigranten maar moeten intekenen. Als gesteld is dit principieel onjuist. Bezien wij echter de aanvullende verzekeringen die worden aangeboden dan bevatten deze ook nog zeer hoge premies. Dat komt omdat het solidariteitsprincipe voor emigranten wettelijk is afgeschaft en is teruggebracht tot alleen verzekerden die in Nederland wonen. De maatschappijen hebben aldus de risico's van alleen de emigranten ingeschat en zijn vervolgens, in principe begrijpelijk, tot veel hogere premies gekomen. Deze bedragen per persoon minstens ca. € 1.600 per jaar. Het is dus betreurenswaardig dat Nederland enerzijds veel inhoudt en daaraan verdient, anderzijds het solidariteitsprincipe heeft afgeschaft en weer anderzijds niet zelf de premie betaalt voor een aanvullende verzekering tot aan het basispakket.
Voor in Frankrijk wonende emigranten bestaat er echter een mogelijkheid die de problemen enigszins verlicht maar waarover ik tot nu toe nog niet heb gelezen. In Frankrijk kan een ieder immers een Franse aanvullende verzekering sluiten die een zeer goede dekking biedt en waarvan de premie, afhankelijk van het pakket, slechts € 480 tot € 720 per jaar bedraagt. Dit bedrag is veel lager dan de Nederlandse aanbiedingen omdat de solidariteit daarin wel is verdisconteerd. De gevolgen zijn dan nog enigszins draaglijk maar liggen nog steeds ten onrechte bij de emigranten.
De AWBZ
Met de AWBZ is het helemaal treurig gesteld. Deze wet bestaat in Frankrijk niet, maar Nederland houdt daarvoor wel premie in over een maximum inkomen (aan AOW en pensioen) van € 30.361. Het is dus veel betalen maar niets krijgen. Als “verzachtende maatregel” verleent Nederland op de premie aan emigranten een korting – in plaats van 12,55% wordt 8,6% (dit geeft € 2.611) geheven – maar als daar geen enkele verstrekking tegenover staat, is ieder bedrag te veel. Dan was het systeem tot 1 januari waarbij Nederland tegenover de premieheffing, de volledige kosten van buitenlandse AWBZ-verstrekkingen vergoedde, stukken beter. Nu geldt deze regeling alleen nog voor diegenen die op 1 januari reeds zorg ontvingen.
De Tweede Kamer heeft de problemen gesignaleerd en debatteert hierover met de minister. Dit overleg is op het moment waarop ik dit artikel schrijf (30 januari) nog niet afgerond. Er kunnen dus nog verbeteringen komen. Als ik zelf aan een oplossing denk, dan ga ik uit van de EU-verordening waarin staat dat iedere emigrant het recht (dus niet de plicht)heeft om te kiezen voor het zorgpakket van zijn woonland. Nederland moet daarvan de kosten dragen maar is volgens die zelfde verordening, niet verplicht om aan emigranten dezelfde lasten op te leggen als aan Nederlandse ingezetenen. Daardoor ontstaat er ruimte om bij de situatie van het woonland aan te sluiten. Dat zou eruit kunnen bestaan dat Nederland aan emigranten de keuze laat om hetzij voor het zorgpakket van het woonland te kiezen, hetzij niet. In het eerste geval houdt Nederland om en nabij de kosten daarvan in en betaalt die door. In het tweede geval wordt er niets bij de emigrant ingehouden en moet deze zichzelf verzekeren. In alle gevallen kan de emigrant dan tot het pakket van zijn keuze komen zonder dat Nederland hem daarbij te hoog aanslaat.
Als wat betreft de AWBZ de oude regeling niet gecontinueerd kan worden, moet de emigrant kunnen kiezen uit hetzij een premievrijstelling, hetzij – voor die landen waar een AWBZ is - een premiebetaling van de volledige 12,55% waarbij Nederland de betreffende kosten aan dat land betaalt. Er is één bezwaar aan deze oplossing verbonden en dat bestaat eruit dat sommige gewenste aanvullende verzekeringen er niet zijn dan wel zeer duur zijn. Dat is echter de consequentie van een nieuw Europees stelsel dat Nederland ook heeft benut om de eigen uit de hand gelopen kosten te drukken. Daarbij heeft men degenen die ons land werkelijk hebben verlaten, een eigen niet-gesubsidieerde positie gegeven. Daar valt ook in te komen, mits men het ongeveer uitvoert zoals hier staat. Ten slotte meld ik dat u van alle Nederlandse heffingen af bent wanneer u in Frankrijk een inkomen uit daar verrichte arbeid geniet. De EU-verordening is op die gevallen namelijk niet van toepassing.
Download als PDF:
Auteur: Mr Ton Steinz Twee Nederlandse Advocatenkantoren opgericht, o.a. in het mediarecht. Presentator geweest van radio- en TV-programma's. In 1997 gestart met de Franse praktijk. Schrijver van artikelen in diverse bladen (Maison en France, Second Home, Telegraaf, NRC, Cobouw) en spreker op seminars en bijeenkomsten. Behandelt de aan- en verkoopbegeleiding van Frans onroerend goed, Frans bouwrecht, verzekeringsclaims en begeleidt Franse procedures en projecten.